Filippiërs en Kolossers

Gratis - alleen porto

Oude prijs:7.95
Prijs: 0.00
Hebt u vragen?

De brief aan de Filippiërs

Een verklaring van Paulus' brief, speciaal voor jou


Een weldadige warmte komt je tegemoet als je deze brief leest. Er is een hartelijke band tussen de schrijver ervan en de geadresseerden. En dan te bedenken dat er groot verschil is in afstand en ook in omstandigheden. Paulus is in Rome, de geadresseerden wonen in Filippi. Hij schrijft niet vanuit een comfortabele woning of fraaie hotelkamer, maar vanuit een gevangenis. Een gevangenis was toen niet wat wij eronder verstaan...
We krijgen in deze brief een kijkje in het hart van Paulus. Tijdens het lezen hoor je geen klaagzang, eerder hoor je het zingen van zijn hart. Hoe kan dat nou? Dat kan, omdat zijn hart vol is van Christus. Hij wordt niet geleefd door de omstandigheden, hij zit niet te kniezen. Nee hij ziet Hem, die boven alle omstandigheden staat. Paulus beseft dat de omstandigheden waarin hij verkeert, in de hand van zijn Heer zijn.
Als je zo naar je leven kunt kijken, ben je niet stuk te krijgen. Dat lukt ons vaak niet. Dat wist de Heer. Daarom heeft Hij deze brief in de Bijbel laten opnemen. Hij neemt ons bij de hand om ons al lezend te leren, hoe we door alle moeiten en ellende van het leven kunnen heengaan met blijdschap in ons hart. Paulus heeft dat ook niet van gisteren op vandaag geleerd. Daar heeft hij heel wat oefeningen voor doorgemaakt. Maar het is hem allemaal de moeite waard geweest. En als dat zo was voor hem, is dat ook zo voor jou en mij.
Het woord ‘blijdschap’ zou je het sleutelwoord van deze brief kunnen noemen. Het doet weldadig aan, de apostel hierover steeds te horen spreken. Vreugde vulde zijn hart, omdat hij Christus als het voorwerp van zijn hart had. Vreugde was er ook, omdat de Filippiërs hem niet vergaten. Paulus waardeerde het bewijs van hun liefde voor hem zeer.
De eerste keer dat Filippi wordt genoemd in de Bijbel is in Handelingen 16. Daar wordt bericht hoe Paulus en zijn metgezellen voet aan land zetten in Europa. Aangekomen in Filippi brachten ze daar het evangelie. Het resultaat van de prediking is het ontstaan van de eerste gemeente in Europa. Dat ging niet zonder slag of stoot. Er is heel wat geslagen en gestoten…. Paulus kwam er in de gevangenis terecht. Maar vanuit die donkere kerker straalde het licht van het evangelie.
Als Paulus zijn brief schrijft, zit hij weer in gevangenschap. Sinds zijn eerste bezoek aan Filippi zijn ongeveer tien jaren verstreken. De Filippiërs waren hem echter niet vergeten en Paulus was hen niet vergeten. Er was regelmatig contact geweest. De Filippiërs hadden hem meerdere keren iets gestuurd voor zijn levensonderhoud. En toen zij van zijn gevangenschap hadden gehoord, hadden ze Epafroditus gevraagd of hij Paulus wilde opzoeken. Ze wilden hem graag wat geven en dat kon Epafroditus mooi meenemen. Nou, dat was goed aangekomen. Deze brief die Paulus hun schrijft, getuigt daarvan.
Deze brief is eigenlijk een bedankbrief. Met deze gemeente kon hij de gevoelens van zijn hart delen. De Filippiërs van hun kant wilden Paulus door hun gave verzekeren van hun liefde voor hem. Het was voor hen niet ‘uit het oog, uit het hart’. Wat een voorbeeld voor plaatselijke gemeenten in hun relaties onder elkaar en ten opzichte van dienstknechten van God.
Het is geen leerstellige brief, maar een brief vol christelijke ervaring. Je komt er diepe zielsoefeningen in tegen. Het christendom bestaat niet alleen uit leer, het bestaat ook uit (be)leven. Leer en leven horen bij elkaar, het een kan niet zonder het ander. In deze brief ligt de nadruk op leven, terwijl bijvoorbeeld in een brief als die aan de Romeinen meer de nadruk ligt op de leer.
Dit beleven of ervaren is tegelijk het doormaken van een geestelijke ontwikkeling. Geestelijke groei is een proces dat naar Gods wil en langs Gods weg moet gebeuren. Daarom is het nodig dat Christus centraal staat. Paulus houdt zich bezig met Christus in de hemel. Naar Hem is hij op reis. Dat doel vult zijn leven en is het motief om vol te houden. Het spoort hem aan tot grote activiteit. Hij geeft daarvoor alles op wat hem verhindert dat doel te bereiken. Christus is groter dan alle problemen. Betrek Hem erbij; het probleem verdwijnt dan niet, maar krijgt wel zijn aan Christus ondergeschikte plaats. Waar het oog op Christus is gericht, kan de Heilige Geest verder werken. Daar krijgt de Geest vrij baan om het hart en het hele blikveld te vullen met de persoon van Christus.
De brief telt vier hoofdstukken. In elk hoofdstuk is het onderwerp het leven van Christus. In hoofdstuk 1 zegt Paulus dat het leven voor hem enkel en alleen bestaat uit Christus. In hoofdstuk 2 zien we de gezindheid van Christus; hoe dit zichtbaar is geworden, allereerst in Christus Zelf, daarna ook in enkele mensen. In hoofdstuk 3 ontdekken we welke kracht dit leven bezit voor ieder die dit leven wil leven. In hoofdstuk 4 worden we gewaar hoe dit leven in staat is de christen boven alle omstandigheden uit te tillen.

 

Kolossers
De brief aan de Kolossers is de derde brief die Paulus (na die aan de Efeziërs en die aan de Filippiërs) vanuit zijn gevangenschap in Rome heeft geschreven. Ook deze brief komt dus niet van een ‘studeerkamergeleerde’. Paulus heeft in zijn omstandigheden troost en blijdschap in zijn ziel ervaren, toen hij nadacht en schreef over de heerlijkheid van de Heer Jezus.
Er zijn twee dingen, die deze brief op een speciale manier van grote waarde maken voor jou als jonge gelovige. Ten eerste is dat de manier, waarop alle aandacht wordt gevestigd op de heerlijkheid van de persoon van Christus. Die heerlijkheid komt op verschillende wijzen, in verschillende relaties, tot uiting. Zo krijg je Hem te zien als de Zoon van de liefde van de Vader, in Wie de volheid van de Godheid woont (1:13, 19). Je ziet Hem ook als de Schepper en Onderhouder van alle dingen (1:16, 17). En je ziet Hem als de Verlosser en het Hoofd van zijn lichaam, de gemeente (1:14, 18).
Het tweede is de manier waarop de ‘verborgenheid’ wordt ontvouwd (1:27), namelijk als een bron van vertroosting (2:2). De verborgenheid houdt in, dat de gemeente één gemaakt is met Christus. Hoe meer je dat gaat ontdekken en waarderen, des te meer zal dat je geloofsleven ondersteunen en troost geven in een omgeving die daar niets van weet en ook niets van moet hebben.
Het is de bedoeling, dat je door deze brief over genoemde dingen onderwijs krijgt en daarover gaat nadenken. Het resultaat is ongetwijfeld dat je hart en oog gevuld worden met de heerlijkheid van de Heer Jezus. Ik kan je verzekeren dat het gevolg daarvan zal zijn dat je ziel overloopt van dankbaarheid, blijdschap en zekerheid.

De aanleiding voor het schrijven aan de Kolossers was, dat Paulus had gehoord van dwalingen die in Kolosse ingang hadden gevonden. Daarover zal Epafras hem hebben ingelicht. Om welke dwalingen het precies gaat, is niet helemaal duidelijk. Wel zijn er enkele aanwijzingen in de brief, met name in hoofdstuk 2. Je leest daar bijvoorbeeld over filosofie of wijsbegeerte (vs. 8), over Joodse rituelen (vs. 16, 17) en over engelenverering (vs. 18). Het gaat dus om elementen uit zowel het heidendom als uit het jodendom. Er was slechts één manier, waarop het kwaad dat door deze dwalingen werd aangericht, ongedaan kon worden gemaakt: door het voorstellen van de volle heerlijkheid van Christus. Wie die leert kennen, zal geen behoefte meer voelen om zich met dwalingen bezig te houden.
Paulus is zelf nooit in Kolosse geweest (2:1). Toch heeft hij niet gedacht: het is de gemeente van Epafras, laat die het maar uitzoeken. Paulus was zich bewust dat hij een dienstknecht van de hele gemeente was. Daarbij was ook hij zich bewust dat het niet ‘zijn’ gemeente was, maar de gemeente van Christus. Juist dat bewustzijn gaf hem een vurige liefde voor de gemeente. Als de vijand de gemeente aanviel door te proberen dwaalleringen binnen te voeren, kwam hij in actie. Want wie de gemeente wilde verwoesten – en dwaalleringen zijn daarvoor een meesterlijk middel – vergreep zich aan Christus Zelf. Christus en de gemeente zijn namelijk één. Hier leer je dat de gemeente op aarde en de Heer Jezus in de hemel één zijn, één lichaam vormen met Hem als het Hoofd. Dat is wat in deze brief de ‘verborgenheid’ wordt genoemd. Een ‘verborgenheid’ is iets dat in het Oude Testament niet was bekend gemaakt, maar nu aan de gemeente is geopenbaard.

Klanten die dit kochten, kochten ook: